Het kleine blonde meisje met de bruine ogen en het ronde koppie op de foto ben ik. 3 jaar oud. Ik was het schattige kleine bruidsmeisje met een prachtig bloemenjurkje en een rieten mandje in haar hand. Iets om trots op te zijn en om mee te pronken.

Maar haar ogen staan verdrietig. Verslagen haast. Wat gaat er in haar om?

Het was tijdens de ceremonie in het gemeentehuis dat het gebeurde.

Dromerig als ik kon zijn, zat ik net als alle andere aanwezigen op mijn stoel en zonder dat ik doorhad wat er gebeurde, lag ik plots op de grond. Ik was van mijn stoel gevallen. Het ging niet onopgemerkt voorbij. De stilte hieraan vooraf werd langzaam gevuld met gegrinnik tot dat het gelach hard klonk en geheel de zaal vulde.

Ik weet nog dat paniek zich op dat moment van mij meester maakte. Angstig keek ik naar de voor mij zo vertrouwde mensen, mijn vader en moeder. En daar zag ik ze, achter mij zitten in de rij, allebei breed lachend en naar mij kijkend. Er werd iets in dat kleine lijfje van mij geraakt. Ik zocht troost en medeleven en kreeg voor mijn gevoel iets heel anders. Ik werd  uitgelachen.

Nu zullen mijn lieve ouders dit echt niet zo bedoeld hebben, en de menigte in de zaal evenmin. Toch heb ik dit gevoel in mij opgeslagen als vernedering. En iets in mij bedacht dat ik mij nooit meer door iemand zo zou laten uitlachen.

Ik heb het heel lang met mij meegedragen in mijn lijf en onderbewuste.

Toen ik 7 jaar oud was zag ik de foto die gemaakt was door de fotograaf van dit voor mij zo vernederende moment in mijn fotoboek. Een foto van een zaal met rijen stoelen waar allemaal lachende mensen op zaten. De een nog harder dan de ander. Mijn ouders, maar ook mijn zussen en broer. Allemaal keken ze. Ze keken naar het kleine meisje. Dat daar lag, half liggend in het middenpad met de rode vloerbedekking op haar knietjes naast de stoel, met een huilende grimas op haar gezichtje.

Mij erg bewust van het pijnlijke gevoel in mijn nu 7 jarige lijf, besloot ik de foto ter plekke uit het boek te trekken en te verscheuren. Boos dat er niemand was geweest die het voor mij op dat moment had opgenomen en naar mij uitreikte.

Met het versnipperen en weggooien van de foto begroef ik de situatie verder in mijn onderbewustzijn en vergat zo ogenschijnlijk de intense pijn.

In de jaren die daarop volgden, ik was zo’n 20 jaar, was ik mij nog wel degelijk bewust van het nare gevoel dat ik geregeld kon hebben in situaties met anderen en wat mij dan leek te overspoelen. Alsof mij iets werd aangedaan.

Ik voelde mij dan bijvoorbeeld voor de gek gehouden, uitgelachen of niet serieus genomen. Waarop ik dan steevast boos werd en fel kon uithalen. Mijn toenmalige lief zei dan; ‘Als iemand het niet met je eens is, is diegene volgens jou altijd tegen jou. Hoe komt dat toch?’ Ik had op dat moment geen idee maar wat ik wel wist, was dat ik dit een heel akelig en eenzaam gevoel vond.

Het was eind 2020. 42 jaar oud en ik volgde een workshop Karakterstructuren. Ik verdiepte mij in de verschillende karakterstructuren die er zijn en hoe zoiets kan ontstaan. En plots kwam daar het beeld van het kleine meisje weer voor mijn ogen wat van haar stoel was gevallen. Ik voelde haar pijn. En toen werd het duidelijk, kwam het inzicht.

Over hoe het komt dat ik me vaak zo alleen op de wereld heb voelen staan en waarom ik mij geregeld wantrouwend voelde over de intenties van de ander. Hoe ik mijzelf van buiten gehard had om niet weer dat vreselijke gevoel van binnen te hoeven voelen.

Ik pakte vol mededogen de foto van het kleine blonde meisje met de bruine ogen en keek haar lang aan. Het voor haar zo vernederende moment zichtbaar in haar ogen en voor eeuwig vastgelegd op foto.

Maar Gods, wat was ze schattig en lief! Zo verlegen en dromerig, een heel zacht meisje wat zich op dat moment enorm ongelukkig had gevoeld. Ik voelde haar intense pijn en verdriet van dat moment weer in mijn lijf. Hetzelfde lijf maar nu bijna 40 jaar ouder.

Met dat de tranen in mijn ogen kwamen, zwol tegelijkertijd mijn hart, vol van compassie en liefde.
Ik troostte haar in mijn gedachten.
Opgelucht haalde ik hierna adem. De levensenergie kon weer stromen.

Lief klein kind. Ik zie je. Ik voel je. Ik hou van je ❤️